Foppe

Door Ds. Aart Mak

Libië, zaterdag 26 maart. In een sjiek hotel in Tripoli stormt een vrouw naar binnen. In het hotel, waar heel wat buitenlandse journalisten hun bivak hebben opgeslagen, valt zij direct op door haar schreeuwen en huilen. Zij laat de blauwe plekken en rode striemen op enkels en polsen zien en roept dat zij verkracht is door de soldaten van Kadafi. De buitenlandse verslaggevers pakken hun notitieblokken, recorders en camera’s. Daarop breekt er paniek uit onder de aanwezige Libiërs, hotelpersoneel vooral. Terwijl ze naar de vrouw roepen dat ze een verrader en een leugenaar is, keren zij zich tegelijk naar de journalisten en schreeuwen dat die niets op moeten schrijven en alle microfoons en camera’s moeten opbergen. Het blijft niet bij woorden alleen. Hier en daar sneuvelt een camera. De vrouw wordt opgepakt en schreeuwend afgevoerd. De westerse journalisten blijven verbouwereerd achter. De vrouw blijkt in de dagen daarop onvindbaar. Haar naam is bekend inmiddels, Iman-al-Obeidi. Ze kwam uit Tobruk. De woordvoerders van de nog steeds zittende regering van Kadafi verklaren de vrouw achtereenvolgens voor geestesziek, dronken en een hoer die niets anders deed dan stelen. Ten slotte wordt de vrouw zelfs aangeklaagd voor smaad. Daarom zit ze nog steeds vast. Hoe durft ze mannen te beschuldigen van verkrachting? Organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International staan machteloos. Zij weten dat in dit land een vrouw moet bewijzen dat ze is verkracht, anders wordt ze zelf veroordeeld. Ik lees dat verkrachte vrouwen zelfs gedwongen kunnen worden door de rechters van dit land om te trouwen met hun verkrachter. Men beschouwt dat als een manier om aan een wantoestand een einde te maken.

Ik heb zelden zo getergd gekeken naar de letterlijke schokkende beelden en de vreemde, dramatische afloop van het geval van een mens in nood. Het doet in de verte denken aan de Chinese Nobelprijswinnaar en zijn vrouw die worden doodgezwegen en wellicht al in een van de vele gore en keiharde Chinese gevangenissen opgesloten zitten. Waarom? Omdat zij opvallen, omdat zij de waarheid zeggen of willen weten, omdat ze niet willen zwijgen. Intussen speelt ons verhaal zich af in Libië, het land waar zo veel op dit moment om te doen is. Je mocht willen dat de strijd die ook wij, Nederlanders, daar voeren, er een was tussen de witte partij en de zwarte partij. Was het maar zo eenvoudig. Bij de rebellen solliciteerden twee vrouwen, allebei jurist. Gevraagd naar waarom zij zich bij de rebellen aansloten, zeiden ze dat het tijd was dat er weer stevig gestraft wordt. Ze bedoelden dat er handen moesten worden afgehakt na een diefstal en ogen uitgestoken van iemand die onzedelijk gedrag had getolereerd. Het is in dit land en bij de mensen daar in alle opzichten een chaos. Nog steeds worden er burgers gebombardeerd door Kadafi, zegt men. En nog steeds mogen we niet weten wat er nu aan de hand is met mevrouw Obeidi. En wat willen de rebellen? De Arabische lente, waarover zo vrolijk wordt gesproken, is op allerlei manieren nog ver weg.

Intussen zou je hopen dat wij in dit land betere manieren hebben ontwikkeld om met elkaar om te gaan. Ik bedoel dus dat wij elkaar niet bombarderen en zeker niet slachtoffers in daders veranderen. Terwijl ik de rechters van het hof in Amsterdam in stilte prijs omdat zij doorgaan met het proces tegen Wilders, is er even verderop in die stad de ledenvergadering van de beursgenoteerde voetbalclub Ajax. Daar was al het nodige aan vooraf gegaan. Cruijff, de beroemdste voetballer ooit van Nederland, was weer eens bezig geweest en de bestuursvoorzitter doet een boekje open over de manier waarop deze oud-speler van Ajax zijn zin doordrijft. In een soort oorlogstaal wordt mensen de wacht aangezegd. ‘Jullie moeten meegaand zijn, anders wordt het een kolerebende.’ Cruijff wil alles anders bij Ajax en hij gaat blijkbaar door roeien en ruiten. Co Adriaanse, een voetbaltrainer had al eens gezegd dat een goed paard nog geen goede ruiter is – hij doelde daarmee op de trainerscapaciteiten van de fantastische voetballer die Marco van Basten ooit was. Van Johan Cruijff moet zelfs gezegd worden: hoe groter geest, hoe groter beest. Dit is ruzie op z’n Hollands misschien, maar het is ook een teken van de tijd. Nog maar net waren we bekomen van de walgelijke uitspraken van ADO-speler Lex Immers, met steun van medespelers en zijn trainer John van den Brom, of er gaat weer een andere riool in de sportwereld open. En ik houd zo van sport. Maar blijkbaar is sport een spiegel van de samenleving. Er gebeurt hetzelfde als overal en soms nog wat schriller en scheller. En het gaat, dat vooral, om geld en eigen gelijk.

Degene die dit altijd voor mij relativeerde en een aangenaam mens was in een harde wereld, zit op dit moment nog ver weg. Ik bedoel nu Foppe de Haan, bekend geworden als trainer van de voetbalclub Heerenveen, later zelfs geliefd als coach van Jong Oranje. Hij sprak altijd relativerend, glimlachend en vooral met hart voor zijn medemensen. Hij is nog steeds coach van Ajax Cape Town in Zuid-Afrika, maar liet weten er met de zomer mee te stoppen omdat hij eindelijk tijd voor zijn vrouw en kleinkinderen wil hebben. Foppe is al lang mijn held. Ik keek een jaar of wat geleden vreemd op toen ik hoorde dat hij een socialist in hart en nieren is. Kerk en geloof zijn hem vreemd. Had ik toch altijd gedacht dat hij zo uit het protestantisme van Friesland tevoorschijn was gekomen. Nee dus, maar wat geeft dat? Het gaat in de huidige tijd niet meer om geloof of ongeloof. Waar we mee bezig zijn, in dit land of in Noord-Afrika, is het project beschaving. Elkaars verschillen verdragen, elkaar niet tot de grond afbreken. Je mond houden als iemand anders aan het woord is. Een vrouw en haar kwetsbaarheid niet belachelijk maken. Als ik het goed begrijp heeft Foppe inmiddels heel wat jaren intensief opgetrokken met jonge voetballers. Het was en is nog steeds zijn lust en leven. Ik zou willen dat er meer van die mensen waren. Zonder dat de rechter er aan te pas moet komen, weten ze zelf wat recht of slecht is. Ze hebben een aangename invloed op hun omgeving. En ze zetten alle graaiers en grote bekken ongewild te kijk. Ze trekken zich niets aan van de heersende opinie. Ze hoeven niet zo nodig. Ze zijn gewoon aardig.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Shostakovich en het lied ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’, gezongen door Stijn van der Loo. Gelezen werd uit Filippenzen 4: 5-7. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 


 

Terug naar overzicht…