Kerk

Door Ds. Aart Mak

Het was wel een mooi beeld. Een witte helikopter met een oude man, ook in het wit gehuld, steeg op in het late licht van de zon, met de door Bramante, Michelangelo en Bernini gebouwde Sint Pieter op de achtergrond. Als je dan vertegenwoordiger van Christus op aarde bent, doe je het in stijl. Als was het een hemelvaart ging paus Benedictus op de laatste dag van februari heen. Een uur later was het Sint Pieters plein leeg, op een aantal treurende, in zwarte habijt gehulde nonnen na. Het beeld dat bij mij blijft hangen: de kerk is een machtig en statig bolwerk met een man van 85 jaar die uitgeput weggaat en een leegte achterlaat. Wat nu? Ja, kardinalen, conclaaf, witte rook en dan begint alles opnieuw, met een iets jongere oude man. De kerk van Rome zal nooit veranderen. Op die plek, waar vroeger keizer Nero zijn Circus had, werd volgens de overlevering de apostel Petrus gekruisigd en begraven. Daarop is alles letterlijk en figuurlijk gefundeerd. Tenzij een tsunami, komend uit de Tyrreense Zee de eeuwige stad zal verwoesten, zal de kerk van Rome tot het aanbreken van de eeuwigheid draaien om oude mannen en dingen die niet voorbijgaan.

Dat is toch een heel ander verhaal dan dat van de rebellen van de 16e eeuw. Die rebellen die zich protestanten noemden, hebben niet zo’n centrum van de wereld, een heilige plek, een vermoeden dat daar de weg naar de grotten van de aarde en de zalen van de hemel begint. Genève is een mooie stad. De muur waar de reformatoren in steen op vereeuwigd zijn, is groot maar niet indrukwekkend. Je ziet Calvijn, Farel, Beza en Knox. Maar voor een standbeeld van Maarten Luther moet je weer elders zijn. De protestanten hebben zich net als hun Roomse geloofsgenoten verspreid over de hele wereld, maar zich intussen zo vaak van elkaar afgesplitst dat ze eerder aan de ruziënde apostelen dan aan de serene Jezus doen denken. Rome en Genève lijken in eén ding wel op elkaar. In dit deel van de wereld althans. Te grote kerken gemeten naar het aantal gelovigen en weinig aantrekkingskracht op nieuwe generaties.

In Nederland doet de PKN verwoede pogingen om de kerk weer aantrekkelijk te maken. Er zijn allerlei ideeën in omloop. Heeft u al gehoord van de ‘no-budgetkerk’? Dat is een kerk waar mensen zelf hun stoel, koffie, muziekinstrumenten, kinderspeeltjes en liturgische voorwerpen mee naar toe nemen. En als ze binnen willen zitten moet er iemand een ruimte ter beschikking stellen. De kerk zonder bezit dus. Er moeten in dit land de komende jaren honderd pioniersplekken komen. Dan gaat het over allerlei ideeën en vooral nieuwe vormen van gemeenschap, waardoor de nu 1800 PKN-gemeenten in dit land weer over toekomst durven dromen. De drijvende krachten geloven in elk geval niet meer in de kerk op zondag waar je een uur stil zit en het doet zoals altijd werd gedaan. Een idee is bijvoorbeeld ook de Messy Church, een prettig soort chaoskerk. Messy Church is een vorm van kerk waarvan de bijeenkomsten een kruising zijn van een verjaardag en een kerkdienst. Het draait in de chaoskerk om knutselen, koken, gemeenschap en Christus. Het idee komt uit Engeland. En in Vreeswijk schijnen mensen al te bidden met de pollepel en de hamer in de hand, of die dan even terzijde gelegd natuurlijk.

Het gaat bij dit al vooral om het bereiken van andere mensen op andere tijden met dus andere vormen. Typisch protestants. Rome heeft altijd gezegd – en dat zal die kerk blijven doen: de mensen komen maar naar ons. De kerk is daar heilig, het gaat om het mysterie van de aanwezigheid van Christus. En dat wordt gevierd en dus beleefd door de eucharistie. Protestanten zijn daarbij vergeleken talking heads, pratende hoofden. Ook bij God stellen zij zich vooral voor dat Hij praat. Vroeger in elk geval Dus wordt er eindeloos gewroet in de heilig verklaarde schriften, in de hoop dat daardoor de goddelijke vonk overspringt. Protestanten hebben bovendien ooit de hekken tussen het heilige en alledaagse open gezet. Het ging hen om de heiliging van het gewone leven. Het was ook, als alles, historisch bepaald. De derde stand vond in de Zwitserse stadsstaten haar taal om zich te verheffen. Godsdienst bleek als zo vaak, eerder en nadien, goed als manier om je te emanciperen. En daarom zeiden protestanten als Calvijn en Luther dat je beroep voortaan je roeping was en goede werken doen gewoon betekent: goed je werk doen.

Ik zal u wat anders vertellen. Het gaat niet om zwijgen of praten, om de Sint Pieter of om de no-budgetkerk. Het maakt allemaal niet uit. Als het van God is, blijft het wel. En als het niet blijft, heeft het misschien zijn functie ooit gehad maar is de Geest van God ongemerkt alweer geweken, op zoek naar andere oorden. Een paus die niet kon slapen van de zorgen om de kerk, viel pas in slaap toen hij tegen God durfde zeggen dat het ook Diens kerk was en dat Hij dus ook maar moest zorgen. Ik zeg dit terwijl ik ooit van Noorse onderzoekers heb gelezen dat er een verband bestaat tussen een lage bloeddruk en kerkgang. Net als dat mensen die van humor houden gemiddeld gezonder zijn. Je kunt dus maar beter kerkganger dan paus zijn. Het hoogste ambt is een gegarandeerde plek om snel te slijten.

Maar ik vond het wel mooi, dat afscheid van de paus. Daar staat een helikopter en daar gaat de kleine man. Een kardinaal deelde ons met ernstig gezicht mee dat Benedictus voortaan nooit meer rode maar alleen nog bruine schoenen zou dragen. Ik vermoed dat de nu voormalige paus zelf beter begrepen heeft waar het allemaal om gaat. Het gaat in de kerk dus nergens om. Het is zo vluchtig als een schaduw, de wind of als bloesem aan de bomen. En dat juist is haar kracht en schoonheid. Mensen komen en gaan ook JR (Joseph Ratzinger). Instituten breiden zich uit en denken de Geest in een fles, een structuur, een gebouw, een aantal regels te kunnen vangen. Maar God is een geheim. Hij speelt met een kind in de zandbak. Of rijdt bij een oude vrouw mee op de rollator. Of loopt mee in de mensenmassa die zich in spitstijd een weg baant naar de treinen. En ik hoop dat Joseph Ratzinger, ooit paus Benedictus de 16e, met een zucht van opluchting zal terugdenken aan alle ego’s en zwaarwichtigheid waar hij weg vliegend met zijn wentelwiek verder verschoond van zal blijven. En ik hoop dat hij warme, lekker zittende pantoffels heeft. Maakt niet uit welke kleur.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u van Sibelius en psalm 121. Gelezen werd uit Prediker 11: 4-5. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…