Eiland

Door Ds. Aart Mak

Over de koningin die de afgelopen week liet weten dat zij binnenkort terugtreedt, is overal en door iedereen veel gezegd en geschreven. Dat zal ik nu niet doen. Alleen aan het einde van dit Goede Begin wil ik iets kwijt over de aangekondigde troonswisseling. Nu ga ik u verblijden met wat gedachten over een eiland. Het komt omdat ik op het moment dat u dit hoort, op een eiland verblijf en mij om deze tijd opmaak om voor te gaan in de fraaie kerk van Oost-Vlieland. Vlieland behoort tot de eilanden die de Waddenzee van de Noordzee scheiden. Nederland heeft nogal wat eilanden, vroeger zelfs een gigantisch eilandenrijk dat we eeuwenlang Nederlands Indië noemden. België daarentegen moet het doen met het Ile de Dave, een stukje grond omzoomd door het water van de Maas, ergens ten zuiden van Namen.

Hoe is het trouwens om op een eiland te wonen? Nederlanders die voor een paar dagen naar een van de Waddeneilanden gaan, zeggen altijd dat je daar zo lekker weg bent. De lucht is anders, de zon laat zich vaker zien, de wind waait harder en de tijd lijkt er een beetje te hebben stilgestaan. Eilandbewoners zijn over het algemeen mensen die erg gesteld zijn op hun vrijheid. Ze moeten er niet aan denken dat zij hun leven moeten doorbrengen in een Vinex woning temidden van vele buren voor, achter en naast zich. De geschiedenis laat overigens zien dat wat voor de ene eilandbewoner voelt als vrijheid, voor de ander puur gevangenschap is. Uit de bijbel kennen we de verbanning van de apostel Johannes naar het eiland Patmos. Dat was voor hem een straf. En uiteraard was er Napoleon Bonaparte die eerst nog ontsnapte van het eiland Elba maar opnieuw in de kraag werd gevat en toen zijn laatste jaren doorbracht op het eiland Sint Helena. Dat ligt ergens ver voor de kust van Angola in de zuidelijke Atlantische Oceaan. En uit de verhalen van Henri Charrière weten we hoe groot het isolement was van de mannen die levenslang door de Franse regering werden weggeborgen op het Duivelseiland.

Voor mij ligt een boek dat ik al enige jaren in huis heb. Het is een Atlas van Afgelegen Eilanden, in het Duits, geschreven door ene Judith Schalansky. In dat boek worden vijftig eilanden beschreven, te vinden in alle regio’s van de aarde, zo diepgevroren en haast onleefbaar als het Bereneiland en zo kaal, vulkanisch en mysterieus als het Paaseiland, midden in de Stille Zuidzee. Er bestaat ook een eiland met de naam Amsterdam, in de Indische Oceaan. Voor alle in dit boek beschreven eilanden geldt dat het isolement haast ondraaglijk is. Uiteraard is er ook een eiland dat genoemd is naar Robinson Crusoë, de beroemde held van de Engelse schrijver Daniel Defoe. Het boek, verschenen begin 18e eeuw en waarschijnlijk door Defoe geënt op de ervaringen van de op een onbewoond eiland gestrande Schotse zeeman Alexander Selkirk, werd onmiddellijk een succes en blijft tot op de dag van vandaag intrigeren. Een roman waarin iemand in de ik-vorm schrijft was tot dat moment nog niet bekend. Maar het boeiende van dat boek is vooral de vraag naar de mens zonder samenleving, hoe beschaafd hij is in het isolement, hoe economie, techniek en zelfs religie het doen als je alleen bent, vragen waar elke lezer liever over nadenkt zonder het zelf te moeten ondergaan.

Het eilandgevoel zit ons allen namelijk wel in het bloed. Het idee dat je op een onbewoond eiland moet doorbrengen – denk aan het beroemd geworden liedje uit Kinderen voor Kinderen, was en is zowel aantrekkelijk als angstaanjagend. Ieder wil zich wel eens terugtrekken, zonder iemand om hem heen. Maar al gauw slaat de angst of de verveling toe en willen we weer deel uitmaken van een samenleving. Daarom intrigeren verhalen over schipbreukelingen en hoe die het ervan afbrachten. De verhalen over de schipbreuk van de apostel Paulus en zijn medeopvarenden behoren tot de spannendste in het bijbelboek Handelingen. Maar ook recent, ergens begin jaren ’70, wilden we alles weten van Godfried Bomans en Jan Wolkers die zich beiden vrijwillig isoleerden op Rottumerplaat. Waar de natuurmens Wolkers jubelde over alles wat hij zag, hoorde en vond, trok Bomans zich doodsbang terug in zijn tentje in het duin van dit onbewoonde Waddeneiland.

Het eilandgevoel dat ook beroemde schrijvers als Jules Verne en Isabel Allende tot schrijven zette, betreft uiteraard niet alleen het concrete eiland maar ook het leven in zijn geestelijke dimensie. Als Daedalus en Icarus, volgens de oude Griekse mythe, willen ontsnappen van het eiland Kreta door met zelfgemaakte vleugels weg te klapwieken van het eiland, gaat dat verhaal in wezen over vrijheid en hoe snel een mens door overmoed het juiste midden uit het oog kan verliezen. Als iemand zich op een eiland voelt zitten, kan dat een uiting zijn van onvermogen om met andere mensen echt contact te hebben. Eilandbewoners leven onder ons. Ik vermoed dat er in de huidige massacultuur zelfs veel mensen zijn die eenzaam zijn temidden van de drukte om hen heen. Veel geluiden op de sociale media komen in feite neer op mensen die hard ‘ik’ roepen. In de geschiedenis van het christendom zijn er de woestijnvaders. Dat waren kluizenaars die de chaos en het heidendom van de steden ontvluchtten en zich terugtrokken in de eenzaamheid van de Egyptische woestijn. Latere nonnen en monniken deden hetzelfde. Maar de meeste mensen willen ergens bij horen, meedoen, meepraten, gezien en geliefd worden, deel uitmaken van een kleine of grote samenleving. Geloven in God, inspiratie van de andere wereld, lijkt mij uiteindelijk bedoeld om niet alleen jezelf maar ook je omgeving te verlichten. Jezus trok zich soms wel terug, in de woestijn of op een berg, maar zocht daarna altijd, geestelijk opgeladen, de mensen weer op. Te lang op een eiland leven gaat tegen je werken en wat eerst als geluk voelt wordt later een benauwenis.

In die zin heb ik me verbaasd over wat er allemaal gezegd en geschreven werd over onze huidige koningin. Alsof dat koningschap zo begerenswaardig is. Mijn hemel, je zult maar koning zijn. Wat een isolement! Nooit kunnen zeggen wat je denkt. Geen mening mogen hebben. Geen stemrecht hebben. Bekeken worden. Becommentarieerd. Wie wil er zijn leven doorbrengen in zo’n gouden kooi? Deze vrouw aanvaardde dat ze bezit was van haar volk en alle wisselende rollen moest spelen die mensen van haar verwachten. Dat deed ze met verve en ik denk dat Claus van Amsberg haar geleerd heeft hoe je groot kunt zijn door je eigen ik klein te houden. Voor iemand die op zo’n eiland woont, voortdurend bekeken en besproken wordt door de Oranjegezinde en republikeinse bewoners van het vasteland en toch laat merken wie ze is en waar ze voor staat, kan ik niet dan de grootste eerbied opbrengen.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u een intrada en ‘The Arrival of the Queen of Sheba’ van Haendel. Gelezen werd uit Handelingen 16: 8-10. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…