Goede voornemens

Door Aart Mak

Mensen hebben er een gewoonte van gemaakt elkaar in de dagen rond de jaarwisseling te vragen: heb je nog goede voornemens? Opnieuw beginnen, een nieuwe start maken, eindelijk eens van een verslaving af komen, stoppen met een verkeerde gewoonte, iets doen wat je eerder niet durfde, beter opletten op je medemensen, minder krenterig zijn, op tijd naar bed gaan, noem maar op. Ook mij werd het meermalen gevraagd. En ik zei tegen mijn geliefde dat we niet moesten vergeten elkaar vaak te omhelzen, tegen anderen dat ik meer wil bewegen en tegen mijzelf dat ik minder op schermpjes wil kijken en meer in echt goede boeken wil lezen.

En zo ben ik met vele anderen in de eerste dagen van het nieuwe jaar van goede wil en even niet geneigd tot luiheid, gemakzucht, inertie of wat wij in mijn familie altijd bij elkaar vegen in het woord vadsigheid. We gaan er weer fris en als herboren tegenaan. Het jaar is nieuw en op zo’n moment zeggen we Obama graag na met zijn ‘Yes, we can!’ of Angela Merkel met haar: ‘Wir schaffen es.’  Maar er zit bij mij een adder onder het gras. Ik heb van huis uit, net als veel andere gelovig opgevoede mensen, een neiging tot perfectionisme. Dat is de overtuiging dat iets pas goed is als het helemaal goed is. De standaard is hoog. En er moet een hoop gebeuren om aan die standaard te beantwoorden. Op zich niet zo gek. Het zorgt voor mensen die flink hun best doen, doorgaan na vijf uur ’s middags, als anderen al naar huis gaan, en met prachtige resultaten tevoorschijn komen. Maar het punt is: wanneer ben je tevreden? Sommige mensen, de neurotische perfectionisten, zijn nooit tevreden. Ze voelen altijd onrust en denken pas gelukkig te mogen zijn als alles af is. En vooral zijn ze bang om te falen. Het oordeel van anderen is immens belangrijk. Eigenlijk is het nooit goed. Er is altijd wel wat aan of op te merken. Al die laatste dingen heb ik allemaal niet, al herken ik ze wel. Ergens in mijn leven heb ik geleerd dat je met weinig ook tevreden kunt zijn en vooral dat wat anderen over jou vinden meer over hen dan over jou zegt. Ik ken ook de stapeltjes papieren met werk dat nog moet gebeuren in mijn studeerkamer. Ik kan u ook de plank met prachtige maar nog ongelezen boeken aanwijzen. Maar dat is het leven. Je kunt het water van de rivier niet stilzetten. En als het ene klaar is, ligt iets anders altijd weer te wachten. Dat repeterende inzicht was en is voor mij voldoende om het geluksgevoel niet uit te stellen totdat alles af is. Perfectie bestaat niet.

Waarom gelovig opgevoede mensen meer dan anderen een neiging tot perfectionisme hebben? Omdat deze mensen geleerd hebben dat er altijd iemand is die oordeelt. En als dat hand in hand gaat met de overtuiging dat een mens tot weinig goeds in staat is en een opvoeding die altijd maar de tekortkomingen benadrukt en amper de waardering, zijn de poppen al gauw aan het dansen. Dan leer je dat iets pas goed is, als een ander zegt dat het goed is. Je eigen gevoel doet er niet toe. Gevoelens moet je wantrouwen, zeker die over jezelf, zei mijn moeder vaak. Dus maak je je afhankelijk van wat een ander vindt. Je ouders en achter je ouders God. Dus doe je je best, want je wilt dat zij zeggen dat het goed is wat je doet. En na een goedkeurend oordeel ga je weer verder naar de volgende test. Dat is het vliegwiel van het perfectionisme. En als er geen ouders meer zijn en ook als er geen God of geloof meer is, blijft dat doorgaan. Het enige medicijn is een mens die zegt dat hij of zij onvoorwaardelijk van je houdt. En dat duizenden keren herhaalt, hoe eerder in je leven, hoe beter dat werkt. Want dat is het grote verhaal, een gebrek aan liefde. Terwijl een mens is aangelegd op liefde. Vergelijk het met zuurstof. Als daar te weinig van is en iemand maakt je wijs dat het gebrek aan zuurstof met jou te maken heeft en dat je flink je best moet doen om meer zuurstof te krijgen, dan ga je wel. En niemand vertelt je dat zuurstof er gewoon is, ook voor jou, ongeacht wie je bent of wat je doet. Zo wordt liefde onthouden en gekoppeld aan presteren. En in een vertekend of verknipt godsbeeld waarin het oordeel en de zonde een dominante rol opeisen, zijn deze rapen altijd aan het garen.

Ik heb het dus over goede voornemens. En de adder die onder het gras zit. Want goede voornemens kunnen, als je niet uitkijkt, suggereren dat het altijd beter moet en beter kan en dat het dan pas goed is. Perfectionisme dus. Wanneer het goed is? Nooit. Ook na 2016 zul je wel weer de gebreken in je bouwwerk zien en opnieuw lijstjes maken met nieuwe goede voornemens. En zo sjok je voort, als je niet uitkijkt. Terwijl het leven ergens anders voor bedoeld is, lijkt mij. Hoe zei Ed. Hoornik dat ook alweer? Laat ik die prachtige woorden ten slotte dan maar citeren, aan het begin van 2016: ‘Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten. / Is naar de aarde hongeren en dorsten. / Is enkele zinnen, enkel botte plicht. / Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken, / is kind worden en naar de sterren kijken, en daarheen langzaam worden opgericht.’

Terug naar overzicht…