Zwart

Door Ds. Aart Mak

Kunnen mensen verdwijnen? Ja, dat kan. Het ene moment neemt iemand nog op het oog normaal en volop deel aan het leven, een dag later lijkt dezelfde persoon opgelost in de ruimte. Zoekacties worden ondernomen, talloze rechercheurs zijn aan het werk, oproepen worden gedaan en dan wordt na enige jaren het dossier gesloten. Onopgelost. Natuurlijk, mensen verdwijnen zoals Marianne Vaatstra. Daar leidde de zoekactie bijna 14 jaar geleden tot de verschrikkelijke ontdekking dat dit meisje vermoord was. Mensen verdwijnen ook doordat ze uit het leven stappen. In België sprong een jongen van een viaduct over een snelweg, recht voor een vrachtwagen. In Griekenland gebeurt dat ook, meer dan in andere jaren,  om helaas begrijpelijke redenen. Maar als het om verdwijnen gaat, bedoel ik nu mensen die verdwenen zijn en die nooit meer zijn gevonden.

Het gebeurt nogal eens dat vliegtuigen van de radar verdwijnen. Zo is de schrijver Antoine de Saint-Exupéry, die van o.a. De Kleine Prins, in 1944 zomaar verdwenen. En Dag Hammerskjöld, de man van Merkstenen, is ook opgelost als het ware, nooit meer gevonden. Het laatste was dat hij ergens boven de oerwouden van de Congo vloog. Raoel Wallenberg, de Zweedse diplomaat die duizenden Hongaarse joden heeft gered, is het laatst gezien in januari 1945, toen hij met een Russisch escorte onderweg was naar Boedapest. Glenn Miller, de man van Moonlight Serenade, verdween toen hij in 1944 boven het Kanaal van Parijs naar Londen terug vloog. Van zijn vliegtuig nooit een spoor. Natalee Holloway is tot op de dag van vandaag nog niet gevonden. U herinnert zich haar, zij is dat meisje met wie de Nederlander Joran van der Sloot een relatie had. Ontdekkingsreizigers als Henry Hudson, John Cabot en Roald Amundsen zijn in het niets verdwenen. Niets werd er nog van hen vernomen of gevonden. En dan is er nog Madeleine McCann, dat Engelse meisje dat in mei 2007 verdween, toen ze met haar ouders in Portugal op vakantie was. Mensen die verdwijnen, zomaar, zonder een spoor achter te laten, het moet voor de nabestaanden onverdraaglijk zijn. Het vinden van een dood lichaam kan dan haast een opluchting zijn; je geest komt tot rust, je weet, hoe vreselijk ook, dat je niet meer hoeft te zoeken. Overigens werden, als het om De Saint-Exupéry gaat, zestig jaar later voor de kust van Marseille, zestig meter diep in de zee, de wrakstukken van het vliegtuig gevonden waarin hij gevlogen had.

Ik moest hier allemaal aan denken toen ik net als u de afgelopen week hoorde van dat grote zwarte gat, ergens 220 miljoen lichtjaren ver weg in een sterrenstelsel, NGC 1277. Dat is dus onbereikbaar ver weg, dat moge duidelijk zijn. Zwarte gaten hebben mij altijd gefascineerd. In alle sterrenstelsel komen ze voor, ook in onze Melkweg. Dit pas ontdekte zwarte gat schijnt zo groot te zijn dat er gesproken wordt van een massa van 17 miljard zonnen. Dat is zo onvoorstelbaar groot, veel of zwaar dat ik eens te meer verwonderd ben over het feit dat ergens op een planeet in een uithoek van een van de kleinere sterrenstelsels, er wezens rondlopen die zich zoals ik nu bewust zijn van hun bestaan. En hoe meer deze wezens die zich mens noemen om zich heen kijken met hun radiotelescopen en sterrenkijkers, hoe meer zij zich bewust zijn van de bijna onmogelijkheid en daarmee ook kwetsbaarheid van het leven op deze speldeknop die zij de planeet aarde noemen. Zwarte gaten zijn gebieden waaruit niets, zelfs geen licht, kan ontsnappen. Al in de 18e eeuw werd er door mensen als Laplace gespeculeerd over onzichtbare sterren. Omdat het licht in zwarte gaten verdwijnt, kunnen wij dus ook niet in een zwart gat kijken. Wat een zwart gat is, is in feite een raadsel, helemaal sinds deze laatste ontdekking. Sinds Einstein wordt er gespeculeerd of misschien moet ik zeggen: gefantaseerd, over de mogelijkheid dat een zwart gat de verbinding vormt met een ander heelal. Ons idee van tijd en ruimte loopt stuk als het hierom gaat. In de boeken van Harry Potter konden mensen verdwijnselen. Dan hielden ze elkaars handen vast en werden ze weggezogen naar een andere plaats op aarde, nadat ze eerst in razende vaart door een vreemde dimensie waren gereisd. Dat moge fantasie zijn, hier gaat het wel over. En hier gaat het dus duizelen. Nu blijkt onze kennis van de plek waar wij leven nog steeds onvoorstelbaar klein te zijn. Onze wetenschap die onderzoekt en met hypotheses probeert te verklaren hoe het zit, staat nog steeds in de kinderschoenen. En dan wordt het tijd voor andere gedachten, precies die gedachten waar godsdiensten vol van zijn.

Want intussen blijven er mensen verdwijnen, hun leven stopt of wij kunnen hen in dit leven niet meer terugvinden. Dan neemt ons gevoel de regie over. Wij willen niet dat het gebeurt. Wij zetten onze fantasie in, wij vallen terug op onze intuïtie, de liefde gloeit des te sterker op en wil ons vleugels geven, de hoop neemt ons bij de hand en spoort ons aan opnieuw alles na te gaan, het geloof gaat een woordje meespreken en fluistert over een andere kracht die ook bestaat, naast die angstaanjagende, alle energie wegtrekkende duisternis van een zwart gat. Wij zijn gezien en niemand valt of hij valt in Gods handen. Dat, die woorden, zulke gedachten, komen op als we oog in oog komen te staan met de leegte, een mens die onvindbaar is, het licht van ons leven waar de duisternis voor altijd zijn donkere deken overheen heeft gelegd. Mensen, die bewoners van de planeet aarde, zijn niet zo maar even te verslaan. In ons huizen ook onvoorstelbare krachten waar we ons bij teleurstelling, tegenslag en alles waar het leven wit bij wegtrekt, zomaar ineens van bewust kunnen worden. Wij staan op als we omver geschopt worden. Wij steken een kaars aan als het donker ons op de vlucht wil jagen. Ons hart gaat sneller kloppen van liefde als iemand van wie we houden in de leegte dreigt te verdwijnen. Dit is allemaal waar advent over gaat. Advent is geen christelijke versie van het sinterklaasliedje waarin ons hart vol verwachting klopt. Advent is de strijd aangaan met alles wat het leven bedreigt, wat mensen kan doden, wat ons leegzuigt, wat prille pogingen om vrede te stichten wil vernietigen, die strijd. Denk maar aan een kind en welke wereld je dat kind dat op het punt staat geboren te worden, toe wilt vertrouwen. Denk maar aan wat je eigenlijk bedoelt wanneer je zingt over de duisternis die gaat wijken van de eeuwenlange nacht. In plaats van de duisternis van de zwarte gaten toveren we namelijk zo onze diepste verlangens al zingend voor ogen. En dat helpt, dat helpt echt, om met elkaar niet te verdwijnen in de nacht.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u Erik Versloot improviseren op de melodie van gezang 124 en muziek van Mendelssohn, speciaal geschreven voor advent. Gelezen werd uit Jesaja 42: 14 en 16. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…