Beleefd

Door Ds. Aart Mak

Het veelbekeken televisieprogramma DWDD liet donderdagavond als gebruikelijk vreemde of hilarische fragmenten zien uit andere programma’s. De presentator, Matthijs van Nieuwkerk, kondigde aan: ‘In het volgende fragment ziet u een man en je zult maar kleinkind van hem zijn.’ Zoiets was het en we zagen een doordeweekse markt ergens in Nederland. Daar kwam de man in beeld. Een late zeventiger, begin tachtiger. Warempel, ik herkende hem: ik zag een van de gepensioneerde chirurgen van het vroegere Diaconessenhuis in Heemstede. Het was zo’n typisch hedendaags straatinterview. Een jonge journaliste wilde iets weten van willekeurige mensen. Toen vroeg ze onze man iets over Donner. Donner, zei hij, hoe bedoelt u, heeft u soms bij hem in de klas gezeten? Nee, hoorde ik buiten bereik van de camera zeggen. Minister Donner dus, zo noemen we hem, zei hij. De geïnterviewde vertelde toen iets over zichzelf, wat hij gedaan had en dat hij ook gepromoveerd was. Waarop de journaliste op een wat oppervlakkige manier de woorden ‘Oh ja?’ uit haar mond liet ontsnappen. Dit tot zichtbare ergernis van de gepensioneerde chirurg. Hij liet merken het denigrerende, oppervlakkige toontje zat te zijn. En dat was het fragment.

We waren thuis eensgezind: gelijk heeft hij. Dat bij deze oudere man een gevoelige snaar geraakt werd, wil nog niet zeggen dat hij buiten de realiteit staat. Hij had gewoon gelijk. Er bestaat een tenenkrommende oppervlakkigheid waarmee mensen in allerlei televisieprogramma’s worden benaderd. Er wordt met een gemak over politici gepraat alsof het niets voorstelt wat deze mensen presteren. En de jeugd van alle tijden moet leren dat al die ouderen die zij tegenkomen geen mummelende oude vrouwtjes of alleen maar kaartspelende en jenever drinkende oude mannetjes zijn. Er bestaat inderdaad een toontje waarin elke eerbied voor een ander en met name de oudere of de vreemdeling ontbreekt. Ik geloof dat het in de jaren zeventig was dat het woord vertrossing ingeburgerd raakte. Dat heette naar de toen veelbekeken omroep de Tros (met oprichter Joop Landré en icoon André van Duin) die ervoor zou zorgen dat de populaire cultuur allerlei zogenaamde hoge cultuur en levensbeschouwelijkheid ging overheersen. We leven inmiddels weer in heel andere tijden. We zijn nu vooral gewend geraakt aan de show die van alles wordt gemaakt. Denk verder ook aan het Engelse woord ‘contest’ waarmee een wedstrijd wordt bedoeld. Overal wordt een wedstrijd van gemaakt. Zelfs rond Wibi Soerjadi wordt een programma gebouwd waarin veelbelovende pianisten de strijd met elkaar aangaan. In deze strijd wordt er elke week een weggestuurd. Altijd maar dat mensen wegsturen. De huidige amusementsindustrie waarvan de producten ons via de televisie worden opgediend, bestaat uit alle mogelijke competities. Denk aan ‘The Voice of Holland’ en de talloze programma’s waarin de beste kok, de beste couturier en de beste danser worden gekozen. Het is een groot ‘Ren Je Rot’ festival geworden. Herinnert u zich dat kinderprogramma nog van wijlen Martin Brozius? De kinderen die daar in de jaren ’70 en ’80 naar keken, zijn dus de programmamakers van nu. En zo zijn we, ook dankzij de in het groot denkende Joop van den Ende en John de Mol in een goed geoliede vermaaksindustrie verzeild geraakt waarin alle mensen een rol spelen.

Dat laatste, dat alle mensen in dit mediatijdperk al dan niet bewust een rol spelen, houdt mij vaak bezig. Het begon ooit met de fotocamera. Mensen die gefotografeerd worden, worden zich er namelijk van bewust dat er naar hen gekeken wordt. En daar gaan ze rekening mee houden. Je bent er om gezien te worden. De televisiecamera versterkt dat idee nog eens. Moderne mensen kunnen te allen tijde zomaar ergens in een televisieprogramma opduiken. Wij zijn er om door elkaar gezien te worden. Er was die film in 1998, de Truman Show, met Jim Carrey in de hoofdrol. We keken we naar een man die in een mooi geordend dorp leefde en totaal niet in de gaten had dat hij voortdurend door camera’s werd gevolgd. Zijn hele leven was in feite vanaf zijn geboorte geënsceneerd en werd dagelijks geregisseerd door voor hem onzichtbare mensen. Die film is een prachtig, door Peter Weir gemaakt beeld van de moderne samenleving. Wij denken dat we vrij zijn. Maar we spelen allemaal een rol in een groot toneelstuk waar wij in elk geval niet zelf aan de touwtjes trekken. Ik geef u nog een voorbeeld. De meeste mensen die jonger dan zestig jaar zijn, zitten op Facebook. Dat is een sociaal medium. Je maakt op internet een pagina aan van jezelf, met gegevens, foto’s en verhalen. En je verbindt je met andere mensen die dan vrienden heten. En zo kun je elkaar op de hoogte houden van wat je beleeft of van wat je belangrijk vindt om aan anderen te laten weten. Miljoenen mensen zitten op Facebook. En nu was er in diezelfde DWDD ook een discussie over privacy. De maker van Facebook, de intussen schatrijke Mark Zuckerberg, maakt het binnenkort mogelijk dat van alle Facebookgebruikers het vroegere en huidige lees- en kijkgedrag bekend is. Op internet kan namelijk alles met alles worden verbonden. En zo kun je bij wijze van spreken op je scherm zien wat jouw vrienden tegelijkertijd aan het doen zijn. Wij kijken en worden bekeken. Dat is de moderne wereld waarin begrippen als privacy een totaal andere rol spelen dan vroeger het geval was. Er is geen persoonlijk voor anderen onzichtbaar domein meer, tenzij je als een kluizenaar wilt leven.

Daarmee krijgt de veelgeroemde en nagestreefde vrijheid ook een andere lading. Wij zijn vrij om te denken en binnen de grenen van de wet te doen wat we willen. Maar we spelen bewust of onbewust allemaal tegelijk een rol in netwerken waarin we imiteren en kopiëren. Wat is die vrijheid dan? Wanneer is een mens dan nog helemaal zichzelf, ook al zo’n veelgeroemd modern ideaal? Het antwoord luidt naar ik vrees dat het meeste van wat we denken dat de realiteit is, inbeelding is. Dan lijkt zo’n knorrige gepensioneerde chirurg uit Heemstede ineens op Truman Burbank, de hoofdrolspeler in de Truman Show, die de rol van zijn leven ineens doorziet en weg wil, weg uit de schijnwereld, de echte en onbegrijpelijke vrijheid tegemoet. Dus: wat is vrijheid? Ik heb daar niet zo maar even een antwoord op. In elk geval vind ik dit probleem een mooie reden om van wat ik zie als religie een plek te te laten zijn waarin je op zoek blijft naar waarachtigheid en authenticiteit, hoe lastig die ook te vinden zijn.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Carl Orff en het lied ‘Bless the Lord’, gezongen door de Schola Davidica uit Utrecht. Gelezen werd uit Job 39: 5-8. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

 

 

Terug naar overzicht…