Vreze des Heren

Door Ds. Aart Mak

Dit is een herhaling van Een Goed Begin, uitgezonden op zondag 24 september 2006.

Mijn overgrootvader stond als elke zondagmiddag rustig en stil te wachten op zijn vrouw. Hij groette menige voorbijganger; de meesten kende hij wel. Het jongste kind dat hij bij zich had, bleef angstvallig in zijn buurt. Eindelijk zwaaiden de kerkdeuren aan de overkant van de straat open en kwamen er allemaal in somber zwart geklede Schiedammers tevoorschijn. Mannen met hoge hoeden of petten in de hand, vrouwen die hun hoofden al die tijd al hadden gedekt zoals de apostel voorschrijft. De middagdienst zat erop. Toen zag hij ook zijn vrouw en al hun andere, grotere kinderen. Zijn vrouw had haar hart verpand aan deze kerk. De dominee was een volgeling van Abraham Kuyper, gereformeerd, dolerend. Terwijl hij, mijn overgrootvader, samen met zijn broer het kerkje van de Protestantenbond in Schiedam had opgericht. Maar deze twee geloven sliepen zonder duivel ertussen op een kussen. Want samen liepen ze dan, vrijzinnig gelovige man en orthodox gelovige vrouw, gezellig keuvelend naar huis. Alle kinderen uit dat gezin zouden later de gereformeerde leer gaan aanhangen, ook mijn eigen grootvader. Mijn overgrootvader bleef geestelijk zonder kinderen achter,  tenminste, zo zag het er lange tijd naar uit. De gereformeerden bleven zeker nog drie generaties lang stoer en onvervaard de kerk, de staat en de maatschappij met de bijbel in de hand beoordelen en herordenen.

Inmiddels zijn we meer dan een eeuw verder. Het is september 2006. De kerk, zeker ook de gereformeerde kerken, is niet meer stoer en vol en eigenwijs. Eerder klein, pluriform en bescheiden. Hetzelfde geldt voor de grote protestantse volkskerk die de Nederlandse Hervormde Kerk lange tijd was. Ook die is niet meer. Zijn ze daarom ook maar samen gegaan? Dat hele protestantisme dat met al zijn strijd over rechtzinnigheid en vrijzinnigheid, rekkelijken en preciezen, liberaal gelovige regenten en streng gelovige arbeiders, kleur heeft gegeven aan dit lage land aan de zee, is binnenkort een randverschijnsel in de Nederlandse samenleving. De voorspellingen voor de toekomst zijn wonderlijk. Het christendom dat overleeft is van de geest: charismatisch, in vervoering, in tongen sprekend. Of het is streng orthodox. Of het nu protestant of katholiek heet. Duidelijkheid en rechtlijnigheid worden in de toekomst het kenmerk van geloof. Vrijzinnigheid is te vaag, pluriformiteit is te weinig zeggend. Zulke kerken spreken niet meer aan. Het geloof van de toekomst wordt het geloof van mensen die in de sfeer van ‘gij geheel anders’ willen leven. 

Dat er in de nabije toekomst nog meer ietsisten, soloreligieuzen, new age -aanhangers en westerse boeddhisten zullen komen die het in hun spraakgebruik zullen gaan hebben over chakra’s en aura’s, wilt u wel van mij aannemen. En u begrijpt ook dat de Islam, zolang de rijkdom en macht van het zogenaamde christelijke westen zo superieur worden tentoongespreid, een aantrekkelijke godsdienst blijft voor boze, gefrustreerde jonge mensen her en der. Arme Islamaanhangers die hun God in vrede willen dienen. Arme paus Benedictus die alleen maar een citaat gebruikte en die ik een paar dagen na die toespraak op een foto zag, omringd door minstens tien in het zwart geklede bodyguards.

Over in het zwart geklede mensen gesproken. Dat brengt mij weer terug naar de tijd van mijn overgrootouders. Mijn overgrootmoeder verschilde van mijn overgrootvader in haar kijk op het bestaan. In haar ogen was een mens zo slecht dat alleen Gods genade hem kon redden. Haar man had wat meer fiducie in mensen en geloofde dat God wat gemoedelijker was omdat mensen nog zo kwaad niet zijn. Wie van hen heeft er nu gelijk gekregen? Ik denk mijn overgrootmoeder. Moderne gelovigen van de toekomst zullen even streng in de leer zijn als zij, alleen zullen zij dat wat blijmoediger uitdragen. Er is wel iets veranderd in een eeuw tijd! Een beetje mediatraining en denken in termen van marketing doen immers wonderen?

Maar ik zie mijn overgrootvader ook nog maar steeds aan de overkant van die straat staan wachten, rustig en stil, met het jongste kind onder zijn hoede. Ook hij was en is een man van de toekomst. Ook hij geloofde in God, dankte voor zijn eten en nam op zondagmorgen deel aan een godsdienstoefening. Maar hij was geen scherpslijper, niet idolaat van een bepaalde dominee, wars van al dat gedoe over de zuivere leer en wilde liever een goed mens zijn dan dreigen met de jongste dag en het oordeel van de Here God. Deze man kom ik, zijn achterkleinzoon, graag tegen in het hemelse Jeruzalem. En ik hoop dat we dan samen zullen glimlachen om al dat gedoe van mensen die menen meer van God te weten. Maar ook met ontzag te kijken naar mensen als mijn overgrootmoeder, mijn grootouders en overigens ook mijn eigen ouders die al hun kinderen alle dagen van het jaar bepaalden bij de vreze des Heren.

Gelukkig zijn er vele wegen die naar dat nieuwe Jeruzalem voeren, denk ik dan maar...

Met muziek van Grieg en Rachmaninoff. Verder hoorde u een fragment van de componist Glazunov en het lied ‘Irish Blessing’, gezongen door Anthem. Gelezen werd uit Prediker 7: 9-10 en gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…