Geloofwaardig

Door Ds. Aart Mak

Hoe werkt dat met vertrouwen? Kun je iemand zomaar op zijn woord geloven? Nee, natuurlijk. Als iemand niet doet wat hij zegt, hebben zijn woorden geen waarde. Als het om vertrouwen gaat, blijken mensen intuïtief niet zozeer te letten op wat iemand zegt maar op hóe iemand het zegt. Een gezichtsuitdrukking spreekt dan boekdelen. Het zichtbaar worden van zweet op het voorhoofd roept wantrouwen op. En volgens psychologen is het wrijven aan de neus tijdens het uitspreken van iets belangrijks een teken dat wat die persoon zegt op gespannen voet met de waarheid staat, zoals wel eens eufemistisch wordt gezegd.

Omdat ik zelf iemand ben die vaak aan het woord is, let ik altijd extra op anderen als die aan het spreken zijn. Soms word ik gegrepen omdat iemand de woorden gebruikt die mij onverwacht diep raken. Meestal kijk ik naar iemands gezicht, let ik op zijn handen en beoordeel ik stiekem kleding, kapsel en het hele voorkomen. Het belangrijkste vind ik ontspanning. Als iemand ontspannen is en vatbaar is voor humor of zelf aardige grappen maakt, heeft hij al veel bij mij gewonnen. Waarom? Omdat iemand daarmee blijk geeft niet bezeten te zijn van zijn eigen waarheid. We zullen dat de komende weken weer allemaal voorbij zien komen, met politici die zich van hun beste kant laten zien en vele woorden gebruiken om ons te overtuigen dat we toch echt op hun partij moeten stemmen.

We zullen de komende weken overstelpt worden met mensen die het woord nemen. U en ik zullen als hazen en fazanten achtervolgd worden door de jagers uit Den Haag, Alkmaar, Zaandam, Vijfhuizen of waar u ook maar woont. Zij willen onze stem. Het spel om de macht is begonnen. En aangezien wij met elkaar steeds meer op de spelers dan op het spel letten, zal het een strijd worden om geloofwaardigheid. Het gaat om wie uw geloof waardig is, om de vraag dus in wie u vertrouwen stelt om ons allen de komende vier jaar te regeren. Geloof en geloofwaardigheid. Nu, hier heeft de kerk al eeuwen verstand van. Zouden de politici van Nederland nog wat kunnen leren van de eeuwenoude ervaring van de kerk als het gaat om geloofwaardigheid? Ik denk het wel. Bijvoorbeeld dat je moet kunnen toegeven dat je er naast zat, dat is geloofwaardig. Een mens hoeft niet volmaakt te zijn. Er is niks mis met een fout opbiechten. In de politieke arena geldt dat als een zwakheid, geloof ik. Ik begrijp daarom waarom zoveel mensen de politici bij voorbaat wantrouwen en hen zo langzamerhand geen blik meer waard achten en zelfs ook geen stem meer gunnen. Een andere ervaring van de kerk die helpt om geloofwaardig over te komen, is zelf doen wat je van een ander vraagt. Je kunt niet het evangelie van de bezuiniging verkondigen en zelf niet bereid zijn dat kruis te dragen. Ministers, Kamerleden, lokale politici, wethouders die bezig zijn met eigen gewin terwijl hun landgenoten een flinke pas op de plaats moeten maken, verliezen hun geloofwaardigheid. Nog iets. Het op de man spelen. Iemand uitsluiten of verketteren, daar heeft de kerk ook veel ervaring mee en een aantal wijze lessen uit getrokken. Dat doe je dus niet. Je gaat niet iemand discrimineren die zelf wel discrimineert. Dat is kwaad met kwaad bestrijden. In de kerk hebben we geleerd de zonde te verafschuwen maar van de zondaar te houden. Ook die houding zou de politici sieren en zou trouwens een hele maatschappij helpen om beter met meningsverschillen om te gaan zonder elkaar tot vijand te maken.

Tenslotte raad ik de politici aan een soort onzichtbare toga te gaan dragen. Ze zijn ambtsdragers, ze zijn bekleed met een functie met de daarbij passende verantwoordelijkheid. Dat heeft dus gevolgen voor hun taalgebruik, hun houding en hun omgang met politieke tegenstanders. Enige waardigheid is op z’n plaats. Politiek moet niet een markt worden waar ieder maar wat achter zijn kraam vandaan roept en door elkaar heen schreeuwt. Ik hoef daarnaast bij een ambtsdrager ook niet allerlei dingen te weten over zijn privéleven. Het gaat mij om zijn visie en hoe hij denkt te gaan doen wat hij belooft. In de kerk waar helaas ook nog wel eens sprake is van roomse pracht en praal en protestants populisme, weten we uiteindelijk deksels goed dat we allemaal altijd weer worden ingehaald in geloofwaardigheid door de man van smarten. Daar staat hij, met zijn doornenkroon en zijn bebloede soldatenmantel, tot wreed genoegen van zijn beulen. Het is deze schlemiel, deze man van smarten, die zijn leven lang deed wat hij zei en zich nooit te groot vond om een buiging te maken voor kinderen en andere mensen zonder enig stemrecht. Komende woensdag, Aswoensdag, beginnen we aan de veertig dagen waarin dat hartverscheurende, wereldwijze verhaal opnieuw verteld gaat worden. Misschien helpt het om door alle praatjes heen te kijken en ervoor te waken dat we zo neerbuigend over politici en politiek gaan praten, dat we in feite bezig zijn de fundering onder onze democratie weg te slopen. Het gaat uiteindelijk allemaal over mensen en een bestaan waarin mensen veilig zijn en tot bloei kunnen komen.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Rob Lane en ‘Lied om toekomst’ van Oosterhuis / Oomen. Gelezen werd uit Filippenzen 2: 3-5. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a. Vanwege een vrije week is deze column een aangepaste herhaling van wat eerder werd gezegd en geschreven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…