Magie

Door Ds. Aart Mak

De tijd is en blijft iets magisch. Wanneer je de tijd vergelijkt met een landschap, dan loop je er door, denk je dat je steeds verder komt, maar je wordt gehinderd door wat je ziet en door je geheugen. Je vraagt je af: ben ik hier niet al eens eerder geweest? Iets wat achter je ligt, althans dat dacht je, blijkt zich opnieuw voor je uit te strekken. De tijd geeft ons de illusie dat wij alsmaar verder gaan, op weg naar nieuwe horizonten en nieuwe ervaringen. Maar dat is de vraag. De Prediker zou zeggen dat er niets nieuws onder de zon is.

Maar ikzelf dan? Ik verander toch? Ik ben toch niet meer dezelfde als toen? En je ziet jezelf terug op een foto, liggend in de armen van moeder. Moeder leeft niet meer en als jij jezelf in de spiegel bekijkt, staat daar een man met grijze haren en rimpels waar ooit babyvet heeft gezeten. Tegelijk kijken veel mensen juist in de spiegel omdat zij willen zien hoe zij dezelfde blijven. De spiegel moet de bevestiging zijn van de illusie dat wat er ook verandert, jij dezelfde bent gebleven, op een paar uiterlijke veranderingen na dan. En zo dansen we allemaal op het strak gespannen koord van de tijd, in wankel evenwicht tussen wat was en wat komen gaat, tussen hoe we onszelf zien en hoe anderen ons zien, tussen het verlangen dezelfde te zijn als die we altijd waren en de behoefte iets werkelijk nieuws mee te maken. In de nacht van 31 december op 1 januari scheppen we even de illusie dat we heer en meester zijn van de tijd. In allerlei beschouwingen, jaaroverzichten en persoonlijke terugblikken gaan we als het ware even op een oever staan van de rivier die te vergelijken is met de alsmaar voort stromende tijd is. Maar als we elkaar een gelukkig of zalig nieuw jaar wensen, is datzelfde jaar alweer vijf seconden verder gegaan in de tijd en kan er in het oosten, in een land waar de zon eerder opgaat en het nieuwe jaar al zes uur of meer oud is, , al iets gebeurd zijn dat ons weer even onzeker maakt over het heden als we meestal zijn.

Altijd rond de jaarwisseling scheppen we met elkaar de illusie dat we als een god buiten de tijd staan, maar als we met de ogen knipperen, is het alweer een seconde later. En als we met de ogen open en de oren gespitst het landschap van het nieuwe jaar om ons heen waarnemen, lijkt het soms alweer jaren geleden. Veel van wat nieuw lijkt, komt ons uiterst bekend voor. We reizen namelijk niet alleen verder maar ook terug in de tijd. In Rusland wordt Michail Chodorkovski opnieuw door een door tsaar Poetin gemanipuleerde rechter voor jaren opgesloten en zo, als was hij een insect, onschadelijk gemaakt. In Ivoorkust klampt de weggestemde president Laurent Gbagbo zich vast aan de macht en schroomt niet geweld te gebruiken om zijn tegenstander Alassane Ouatara monddood of helemaal dood te maken. Geert Wilders zegt dat hij met een boek over de Islam komt en Xander de Buisonjé zegt dat hij nog eens wil trouwen. Ik bedoel maar, dit hebben we allemaal al eens eerder meegemaakt. Op die manier is veel van wat het nieuws ons biedt in feite een opgewarmde prak eten, we hebben het al eens eerder opgediend gekregen, er is inderdaad niets nieuws onder de zon, hoe we ook met al het mediageweld dat tegenwoordig bestaat, het idee krijgen en zelfs koesteren dat er van alles verschuift en in beweging is. Dat laatste is ook het geval – we bewegen wel -, maar de voortschrijdende tijd blijft een landschap waar we eerst ongemerkt en vervolgens meestal tot onze teleurstelling weer op dezelfde, bekende weg uitkomen. De mensheid die inmiddels uit 6,9 miljard enkelingen bestaat, lijkt nog het meest op iemand met geheugenverlies die elke dag als nieuw beleeft. Dit noem ik de magie van de tijd.

Toch is er ook iets anders aan de hand. Mensen die ervoor open staan, kunnen wel wijzer worden op hun reis door de tijd. En dat is omdat die reis zowel naar voren als naar achteren plaatsvindt. In de sage van koning Arthur komt de tovenaar Merlijn voor die als enige niet vooruit maar terugreist in de tijd. Hij weet wat er gaat gebeuren omdat hij het al heeft meegemaakt. Deze tovenaar – over magie gesproken – staat symbool voor het menselijke talent diep va binnen te weten wat gaat gebeuren omdat je er al eens geweest bent. In die door Terence White zo prachtig beschreven verhalen over Arthur en zijn ridders, komt overigens ook de zoektocht naar de graal voor. Dat is de heilige graal, waarin het bloed van de stervende Christus zou zijn opgevangen. Deze beker zou het geheim van het eeuwige leven bevatten. Die in een vermenging van Keltische en christelijke elementen ontstane verhalen, duiden ook op iets wezenlijks. Ze gaan over de mogelijkheid dat wat de mens in al zijn tijdelijkheid toch een koninklijk wezen is, een ridder die dapper genoeg is om telkens weer het onrecht te bestrijden in plaats van zich erbij neer te leggen. En de mens, een tijdelijk wezen, kan maar een ding doen dat eeuwigheidswaarde heeft: zichzelf als Christus geven voor anderen. De ware wijsheid is de wijsheid van het offer. En dat is niet het offer om een God te behagen of te vermurwen, maar het offer van je eigen ik. Dat is sterven met Christus om met hem op te staan, je bent dezelfde, nog steeds en toch anders. Ook dat is haast magisch en kan alleen ervaren worden door degene die het durft te ondergaan.

Nog een keer de tijd. Er is nog een beeld dat aangeeft waarom het anders is en tegelijk hetzelfde. Dat is het beeld dat aangeeft dat wij niet verder reizen in de tijd, in een streep van A naar B, maar dat wij cirkelen rond een berg die we langzaamaan beklimmen. We komen steeds wat hoger. Maar we cirkelen wel rond, het moet niet te steil zijn. Daarom wisselen de landschappen wel, maar komen ze ons ook bekend voor. We zien ze vanuit een steeds wat hoger perspectief. Daarom ook zegt naar ik meen de Prediker dat er niets nieuws is onder de zon. Dan wil ik u wijzen op nog een uitspraak, ditmaal uit het Lucas Evangelie. Dat is de uitspraak dat niets verborgen kan blijven (Lucas 8: 17). Alles moet aan het licht komen. Dit gaat niet over uiterlijke zaken; dit is een tekst die over het innerlijke leven gaat, over de ware wijsheid met andere woorden. Het leven dat zo hevig en onlosmakelijk verbonden is met de enerzijds voorschrijdende, anderzijds terugkerende tijd, lijkt bedoeld (wat een gewaagd woord: bedoeld!), opdat wij via anderen en het andere onszelf gaan zien. De tijd berooft ons namelijk gaandeweg van de illusie dat wij iemand zijn die dezelfde kan blijven. Ons lichaam verraadt ons meer en meer. Maar de wijsheid die ook hoort bij het geloof is daar juist blij mee. Door ons juist niet vast te klampen aan wie we waren en alles wat niet voorbij mocht gaan, ontdekken we de ware wijsheid. Dat is de magie van het leven. Op de een of andere manier hangt alles met alles samen. Hoe ontgaat ons grotendeels. Maar het landschap komt ons vaak bekend en vertrouwd voor. Ergens moet een plek zijn waar we, aangekomen in volkomen stilte, zullen weten wie we ten diepste zijn en waarom we leven. En op dat moment zullen we ook ervaren dat we dat altijd diep van binnen geweten hebben, maar meestal niet toelieten door alle strijd met de raadsels van de tijd.

Deze toespraak werd op zondagmiddag 2 januari 2011 in een dienst van de Religieuze Kring in Aerdenhout gehouden. Eerder die dag, in wat kortere versie, als column uitgesproken via Radio Bloemendaal
 

Terug naar overzicht…